Series 2

Studie 3: Naderbij gebracht door het bloed van Christus

Efeziërs
door Francis Dixon
(Schriftgedeelte: Efeziers 2:13-22)

In Efeziërs 2:1-3 en in vers 12 lezen we Gods afschuwelijke, maar ware beschrijving van de gevallen mensheid. Zonder Christus zijn we: dood in de zonde (vers 1); bedrogen door de wereld (vers 2); beheerst door de Satan (vers 2); ontaard in ons leven (vers 3); en gedoemd tot straf (vers 3). Als we aan onszelf worden overgelaten zijn we finaal verloren, hulpeloos en hopeloos. De wereld wil er niet aan, aan deze omschrijving, maar het is wat God verklaart – lees Rom. 3:10-18. Hoe staat God tegenover de gevallen mensheid? We kunnen God zeker niet opeisen en we zijn volledig failliet, behoeftig en ongehoorzaam, wat hem een goede reden geeft om niets meer met ons te maken te willen hebben. Maar hoe staat hij tegenover ons? In het tweede hoofdstuk van de brief aan de Efeziërs lezen we dat er twee fantastische ‘maren’ zijn die ons de geweldige liefde van God in Christus laten zien: ten eerste vers 4, en ten tweede vers 13. Door de Here Jezus, en Zijn dood aan het kruis van Golgotha, kunnen wij weer volledig bij God horen. Alles wat door de zonde en de Zondeval verloren was gegaan, is teruggehaald en in de oude glorie hersteld, en wij (die geloven) zijn ‘naderbij gebracht’…. Wat betekent dit precies? Er zijn zeker zeven geweldige punten.

1) We zijn wedergeboren en hebben het eeuwige leven ontvangen (vers 1 en 5)

Wij, die geestelijk dood waren door de zonde, zijn levend gemaakt door het wonder van de nieuwe geboorte (Joh. 3:3 en 5). Op het moment dat we ons geloof op Christus stelden en Hem als onze redder aannamen (Joh 1:12), werden we uit God geboren (Joh. 1:13). Toen we de Here Jezus hadden ontvangen, kregen we ook het eeuwige leven (1 Joh. 5:11-12) en kregen we deel aan de Goddelijke natuur (2 Petr. 1:4).

2) Wij zijn opgewekt uit de dood om ons een plaats te geven in de hemelsferen (vers 6)

En wat betekent dat dan? Het betekent niet dat we met Christus in de hemelsferen zitten; dat staat er niet. We zitten in de hemelsferen ‘in Christus Jezus’; en dit betekent dat we door geloof een zijn geworden met Christus die is opgewekt uit de doden en die tot in de hoogste majesteit verheven is. Wij, die in de diepste diepte waren, zijn verheven tot in de hoogste majesteit in Christus! Dat is onze nieuwe plaats door de genade. We hebben nu ‘ons burgerrecht in de hemel’ (Fil. 3:20).

3) We zijn gered door zijn genade (vers 8-10)

Wat is dit woord, ‘gered’, een geweldig woord! Het omvat alle zegeningen die we door het geloof in Christus ontvangen. In vers 8 tot 10 lezen we dat (1) redding iets is dat we nu hebben, (2) het allemaal door de genade is, (3) het een geschenk is dat we alleen door geloof krijgen, en (4) het is ‘om de weg van de goede daden te gaan’.

4) We zijn verzoend en leven nu ‘in vrede met God’ (vers 14-17)

Wij, die vijanden waren, zijn verzoend met God door het bloed van onze Here Jezus Christus. Het is een gezegende waarheid dat Christus alle grenzen van ras en maatschappij heeft doorbroken – maar de grootste barriere van allemaal was de muur die tussen God en ons instond. Deze is volledig weggevaagd door de Persoon en het volbrachte werk van de Here Jezus. Denk na over de woorden van vers 14: ‘Hij is onze vrede’ en vergelijk dit met Rom. 5:1.

5) We mogen een nieuwe relatie met God hebben (vers 18)

Elk woord in deze tekst is het waard om er goed naar te kijken. ‘..door Hem’ verwijst naar onze Here Jezus Christus; ‘allen..’ betekent zowel Jood als heiden; ‘toegang..’ impliceert een binnenkomst en een welkom; ‘één Geest’ verwijst naar de Heilige Geest; en aan het eind lezen we iets belangrijks: ‘tot de Vader’. Op het moment dat we ‘naderbij gebracht worden’, kennen we God niet meer alleen als de heilige en rechtvaardige God en de machtige schepper, maar als onze genadige, liefdevolle hemelse Vader.

6) We zijn huisgenoten van God geworden (vers 19)

Het ‘huisgezin van God’ is de Kerk. Hoe worden we lid van de Kerk? Door de doop met de Heilige Geest – lees maar in 1 Kor. 12:13. De Here Jezus is het fundament van de Kerk (1 Kor. 3:11), maar Paulus leert ons hier dat de apostelen en de Nieuw-Testamentische profeten ook deel zijn van het fundament; het was immers door hun zendingswerk dat de Kerk ‘samengevoegd’ is en gegroeid is tot ‘een tempel gewijd aan de Heer’ (vers 21).

7) Wij zijn gemaakt tot ‘plaatsen waar God woont door Zijn Geest’ (vers 22)

De Kerk is de heilige Tempel van God, gebouwd door de Heilige Geest, en gelovigen zijn levende stenen waarmee de tempel door de jaren heen gebouwd is. Gods Tempel zal binnenkort af zijn. Dan komt er een einde aan de genadetijd en we zullen opgenomen worden om voor altijd bij Hem te zijn (1 Thess. 4:15-17). Maar we lezen hier ook dat de Tempel ‘een plaats is waar God woont door Zijn Geest’ – en dit klopt voor ieder afzonderlijk lid, lees maar in 1 Kor. 6:19.

Door aard en daden zijn we ver –
Zo ver van onze Heer!
Maar door Zijn gunst nu weer nabij,
Door ‘t bloed van onze Heer.

Zo na, zo heel nabij die God
Ik kan niet naderbij;
Want in het Wezen van Zijn Zoon
Ben ik zo na als Hij.

Geliefd, zozeer geliefd door God,
meer liefde ken ik niet;
De liefde voor Zijn ene Zoon –
Zo ben ook ik geliefd!